Hoe duurzaam zijn de bloemen en planten die we verkopen? Welke informatie kan een bloemist daarover aan zijn klant geven? En hoe zorgen we ervoor dat de sector niet alleen reageert op negatieve berichtgeving, maar zelf het verhaal over bloemen en planten vertelt?

Het zijn vragen die steeds nadrukkelijker op de agenda staan. Floreview sprak met Marco Maasse, directeur van VBW voor de Bloemist, over de duurzaamheidsambitie van de brancheorganisatie en over de stappen die momenteel worden gezet. (zie ook ons vorige artikel van 13 maart over de duurzaamheidsambitie van VBW)

De bloemist als vertrekpunt

“De duurzaamheidsambitie van VBW begint eigenlijk primair bij de bloemisten.”

Bloemisten krijgen momenteel te maken met omzetdaling. Dat komt vooral omdat er minder klanten in de winkel komen. VBW legt hiervoor meteen ook een verband met alle vraagstukken die er zijn rond pesticiden en residuen daarvan op bloemen en planten. De consument stelt zich de vraag: Kan ik wel veilig bloemen en planten kopen? Kan ik ze wel veilig cadeau geven? Kan ik ze wel veilig in mijn huis neerzetten als ik een hond, een kat of een kleinkind over de vloer heb? Of moet ik extra voorzichtig zijn?

Voor VBW gaat duurzaamheid dan ook niet alleen over het verduurzamen van de sector als geheel. Het gaat in de eerste plaats over een heel praktische vraag: welke informatie heeft de bloemist nodig om zijn klant goed te kunnen adviseren? En welke vervolgstappen zijn nodig?

Tegelijk beschikt de bloemist volgens VBW over opvallend weinig elementaire, feitelijke productinformatie.

“Wij zijn als VBW op zoek naar feitelijke productinformatie om klanten het juiste antwoord te kunnen geven. Hoe veilig en gezond is wat ik in mijn winkel heb staan? En die informatie heeft de bloemist vervolgens ook nodig om het assortiment samen te stellen.”

Daar ligt volgens VBW een belangrijke eerste stap: een eerlijk, open en transparant beeld krijgen van het product.

Het doel is daarbij nadrukkelijk niet om kwekers of toeleveranciers publiekelijk aan de schandpaal te nagelen. Het gaat erom inzicht te krijgen in wat er daadwerkelijk in de keten gebeurt en vervolgens, waar nodig of gewenst, verbeteringen te realiseren.

Samenwerken doorheen de keten

Om die informatie te verzamelen en tot oplossingen te komen, heeft VBW inmiddels met verschillende partijen gesproken.

Daarbij gaat het onder meer om de groothandel, de beide veilingen Royal FloraHolland en Plantion, een grote groep enthousiaste kwekers, MPS (Milieu Programma Sierteelt), FSI (Floriculture Sustainability Initiative), het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en het Nederlandse ministerie van Landbouw.

overzichtje van een aantal partners van VBW in het kader van duurzaamheid

Volgens Marco Maasse is de samenwerking binnen de sector de voorbije jaren bovendien sterk veranderd. Waar organisaties vroeger eerder naast elkaar werkten, is er inmiddels een nieuwe samenwerkings- en overlegstructuur ontstaan. Een kernteam met vertegenwoordigers uit Glastuinbouw Nederland, FloraHolland en PFFH (Plants and Flowers Foundation Holland) volgt ontwikkelingen en communicatiekwesties op.

Dat moet ervoor zorgen dat de sector bij een maatschappelijk debat of negatieve berichtgeving niet langer versnipperd reageert, maar op basis van feiten, cijfers, onderzoeken en informatie uit de keten met een gezamenlijk verhaal naar buiten kan komen. Er gebeurt al heel veel goeds. Er is heel wat informatie. Alleen wordt er maar weinig over gecommuniceerd en wordt er maar weinig doorgegeven binnen de keten.

@Ontdeksierteelt.nl

Niet alleen reageren op schandalen en problemen, maar ook het positieve verhaal vertellen

Die reactieve aanpak is volgens VBW echter maar één kant van het verhaal.

“Wat we eigenlijk heel graag zouden willen, maar wat nog ontbreekt, is de structurele positieve communicatie over bloemen en planten.”

In eerste instantie is vanuit de gehele sector in de afgelopen 2 jaar veel content ontwikkeld om defensief te kunnen reageren en om vervolgens nu te komen tot positieve communicatie. Er wordt gewerkt aan een jaarrondkalender met promotie, activiteiten en communicatie. Vanuit een centraal ‘messagehuis’ kunnen de verschillende organisaties hieruit hun eigen communicatie ontwikkelen. Zo is er binnenkort informatie over de week van de eenzaamheid, waarbij bloemen een centrale en positieve rol kunnen spelen. Er staat ook een grote campagne over de kracht en de waarde van bloemen klaar.

Ook consumentenonderzoek moet daarbij helpen. PFFH werkt samen met Wageningen University & Research aan onderzoek naar de meerwaarde van bloemen, met als doel beter te begrijpen wat bloemen en planten voor consumenten betekenen en hoe dat positieve verhaal sterker kan worden verteld.

Voor VBW is die positieve communicatie belangrijk om niet voortdurend defensief te moeten reageren op een schandaal, een kritische mening of een onderzoek.

De ambitie is om permanent zelf het verhaal over bloemen en planten te vertellen.

Duurzaamheid en certificering: van bedrijfsniveau naar productniveau

Maar communicatie alleen volstaat niet. Volgens VBW moet er uiteindelijk ook op productniveau meer aantoonbare informatie beschikbaar komen zodat we kunnen aantonen dat we een gezond en goed product hebben.

Daarom komt in het gesprek een opvallend idee naar voren: de duurzaamheidsscore in de vorm van een soort Nutri-Score maar dan voor bloemen en planten.

Het idee is vergelijkbaar met de Nutri-Score die consumenten kennen uit de voedingssector. Een product zou dan op basis van duidelijke criteria een waardering krijgen. Niet alleen omdat het voldoet aan de wettelijke duurzaamheidsnormen, maar omdat het ook op een aantal punten daarboven uitstijgt.

Voor de bloemist kan zo’n systeem een hulpmiddel worden bij de samenstelling van het assortiment én bij de communicatie met de consument.

Een belangrijk verschil met bestaande systemen is volgens Marco Maasse dat VBW vooral naar het product zelf wil kijken.

MPS controleert vandaag bijvoorbeeld processen en registratie op bedrijfsniveau. Maar dat vertelt volgens VBW nog niet noodzakelijk wat er precies met een individueel product aan de hand is.

“Wij willen niet zozeer een MPS op bedrijfsniveau, maar een check van producten op productniveau.”

Eén soort bloem, verschillende scores?

Dat zou in de praktijk kunnen betekenen dat bijvoorbeeld twee partijen alstroemeria van verschillende kwekers een verschillende score krijgen.

Dat is volgens Marco Maasse mogelijk en helemaal niet erg. De bloemist krijgt dan de mogelijkheid om op basis van de beschikbare informatie bewust keuzes te maken in zijn assortiment. Uiteindelijk is het uiteraard ook aan de consument om te bepalen welk product hij koopt.

De vergelijking met de supermarkt ligt voor de hand: consumenten kunnen kiezen tussen producten met verschillende Nutri-Scores en maken op basis daarvan hun eigen keuze. Ook Kruidvat werkt tegenwoordig met een Nature-Impact-Score en dat gebeurt niet voor niets.

Is deze sierteelt-duurzaamheidsscore al voor morgen?

Een systeem waarbij producten daadwerkelijk getest en beoordeeld worden, is echter niet eenvoudig te organiseren.

“Het testen is niet zo makkelijk te organiseren en vooral ook een hele kostbare hobby.”

Daarom moet volgens VBW naar een oplossing in de hele keten worden gezocht. VBW kan dit niet alleen oplossen. MPS lijkt daarbij een belangrijke rol te kunnen spelen. Binnen de ontwikkeling van nieuwe MPS-programma’s wordt inmiddels gekeken naar testen en controles op productniveau met de bedoeling een waardering uit te spreken. De bloemist kan op die manier niet alleen veilig kopen, maar ook juist communiceren.

De ambitie hoeft bovendien niet meteen voor het volledige assortiment gerealiseerd te worden.

“Als we niet alles in één keer kunnen doen, beginnen we gewoon met de top tien van het assortiment.”

Dat zou een eerste manier kunnen zijn om ervaring op te doen en zicht te krijgen op wat er daadwerkelijk in producten aanwezig is.

Van Duurzaamheidsscore naar Footprint

Op termijn willen VBW nog een stap verder, om per product niet alleen de belangrijke informatie over gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en eventuele residuen-waarden op middelen te hebben, maar VBW wil toe naar een complete Footprint (met daarin informatie over CO2-belasting, gebruikte hoeveelheid water en energie om het product te maken enz.). Dit wordt dus een extra stap verder. Eerst focust VBW dus op goede informatie over daadwerkelijk gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de aanwezigheid van residuen op het product.

Import maakt de uitdaging groter

Daarbij komt meteen een van de moeilijkste vraagstukken naar voren: internationale handel.

@Ontdeksierteelt.nl

Een product dat in Nederland wordt geteeld, kan aan andere regels voor gewasbeschermingsmiddelen onderworpen zijn dan een vergelijkbaar product uit bijvoorbeeld Kenia of Colombia.

Voor VBW roept dat een fundamentele vraag op: kunnen we aan de consument uitleggen dat een bepaalde stof in Nederland niet mag worden gebruikt, maar wel aanwezig kan zijn op een geïmporteerd product omdat de regelgeving in het land van oorsprong anders is?

Volgens Marco Maasse zou uiteindelijk moeten worden toegewerkt naar duidelijke residucriteria die ook voor geïmporteerde producten gelden.

Tegelijk beseft VBW dat dit grote gevolgen kan hebben voor het assortiment.

“Of we zo’n regime kunnen doorvoeren, vind ik nogal spannend, want dat heeft misschien wel grote consequenties voor het assortiment.”

Maar niets doen is volgens hem geen alternatief.

Wanneer de sector geen duidelijk verhaal kan geven over producten, wordt het immers steeds moeilijker om bloemen en planten te verkopen aan consumenten én aan overheidsinstanties. Bij overheidsaanbestedingen wordt vandaag al vastgesteld dat bloemen soms niet langer worden gekozen wanneer er onvoldoende feitelijke duurzaamheidsinformatie beschikbaar is over het product.

En waar past de Barometer Duurzaamheid in dit verhaal?

De huidige Barometer Duurzame Bloemist kijkt volgens Marco Maasse in grote lijnen naar twee zaken: enerzijds het zo duurzaam mogelijk inkopen van producten en anderzijds het zo duurzaam mogelijk organiseren van de bedrijfsvoering.

Daarbij is er volgens hem een belangrijk verschil in impact.

Bij een footprintberekening zou de bedrijfsvoering ongeveer vijf procent van de totale footprint bepalen, terwijl het product ongeveer 95 procent veroorzaakt.

De ambitie van VBW gaat daarom verder. Voor criteria en verdienpunten binnen de Barometer zou het goed zijn dat de criteria meer worden gebaseerd op productwaardes (en meting daarvan) dan alleen op de testen en certificaten van kweekbedrijven. Het gaat echt om de waarde en informatie van het product. En op termijn zou VBW ook voor de producten zelf een volledige footprint willen kunnen bepalen, bijvoorbeeld op het vlak van CO₂, watergebruik en energie.

Maar zover is het nog niet.

Op korte termijn ligt de focus daarom vooral op een belangrijk onderdeel van de duurzaamheidsinformatie: het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en het aantoonbare residu op het product. “De footprint is een langetermijnambitie en droom.”

Volgens Marco Maasse kan daarmee al een groot deel van de duurzaamheidsinformatie worden verzameld die nodig is om consumenten en bloemisten meer duidelijkheid te geven.

Van ambitie naar een concreet verhaal voor de bloemist

De duurzaamheidsambitie van VBW draait daarmee uiteindelijk om meer dan alleen de Barometer of de verduurzaming van de bedrijfsvoering.

Het gaat vooral om de vraag hoe de bloemist straks met kennis van zaken over zijn producten kan communiceren.

Welke bloemen en planten zijn aantoonbaar veilig? Welke producten voldoen aan bepaalde criteria? Waar komen ze vandaan en welke keuzes kan een bloemist maken binnen zijn assortiment?

Daarvoor is eerst betrouwbare informatie nodig. Vervolgens moeten die gegevens vertaald worden naar een systeem dat voor de bloemist én de consument begrijpelijk is.

De duurzaamheidsscore is vandaag nog een ambitie, geen uitgewerkt systeem. Maar het idee illustreert wel duidelijk waar VBW naartoe wil: van algemene bedrijfsduurzaamheidsclaims naar concrete, aantoonbare informatie over het product dat uiteindelijk in de bloemenwinkel ligt.

En precies daar ligt volgens VBW een belangrijke volgende stap voor de sector.